De afgelopen tijd zijn opnieuw briefjes onder ruitenwissers verschenen van auto’s die geparkeerd stonden ter hoogte van de voormalige oprit van een woning in de Jamaicastraat.
De tekst begint met de mededeling:
“U weet dat u voor een oprit staat?”
Daarmee wordt de indruk gewekt dat sprake is van een functionerende oprit en dat de bestuurder een verkeersovertreding begaat. Vervolgens wordt verwezen naar de Wegsleepverordening van de gemeente Almere en wordt aangekondigd dat politie of gemeente zal worden ingeschakeld.
Dat roept een interessante juridische vraag op.
Een verlaagde stoep is niet automatisch een oprit
Veel mensen denken dat een verlaagde trottoirband automatisch betekent dat sprake is van een oprit. Zo eenvoudig ligt het echter niet.
Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) bevat namelijk geen definitie van een in- of uitrit. In de rechtspraak wordt gekeken naar de feitelijke functie van een toegang tot een perceel. Een verlaagde stoep is slechts één van de omstandigheden en is op zichzelf niet beslissend.
In de situatie waarover deze briefjes worden verspreid, is de voormalige oprit al geruime tijd buiten gebruik. De bestrating is grotendeels verwijderd en op de voormalige toegang liggen bouwmaterialen opgeslagen. Een voertuig kan het perceel via deze locatie niet bereiken.
De voormalige oprit vervult daarmee feitelijk niet langer de functie waarvoor een oprit bedoeld is.
Opmerkelijk
Nog opmerkelijker is dat elders in dezelfde straat exact dezelfde situatie bestaat.
Ook daar is een voormalige oprit duurzaam buiten gebruik gesteld terwijl de verlaagde trottoirband nog steeds aanwezig is. Voor die voormalige oprit wordt regelmatig geparkeerd door personen uit dezelfde kring die nu anderen aanspreken op hun parkeergedrag.
Kennelijk geldt de redenering dat een verlaagde stoep automatisch een oprit is niet wanneer het de eigen situatie betreft.

Geen eigen handhaving
In Nederland is het niet aan bewoners om zelf verkeersregels te handhaven of anderen een juridische voorstelling van zaken voor te houden die op zijn minst discutabel is.
Wanneer iemand meent dat sprake is van een overtreding, bestaan daarvoor de daarvoor aangewezen instanties. Het verspreiden van briefjes waarin als vaststaand feit wordt gepresenteerd dat iemand een verkeersovertreding begaat terwijl de feitelijke situatie daar aanleiding toe geeft daar vraagtekens bij te plaatsen, draagt niet bij aan een prettige woonomgeving.
Oproep aan bewoners
De afgelopen periode hebben meerdere bewoners aangegeven zich te storen aan dit soort briefjes.
Mocht u of uw bezoek eveneens worden geconfronteerd met vergelijkbare briefjes of andere vormen van ongewenste aanspreekgedrag, dan vernemen wij dat graag. Meldingen worden gedocumenteerd zodat een volledig beeld ontstaat van de aard en omvang van deze gedragingen. Waar nodig zullen deze worden betrokken bij een juridische beoordeling.
Een prettige buurt ontstaat door wederzijds respect, niet door eigenrichting of het creëren van een sfeer waarin bewoners en bezoekers zich geïntimideerd voelen.