De volledige vaststellingsovereenkomst van 8 november 2023 is hier te bekijken:
https://jamaicastraat.nl/uitspraak/vaststellingsovereenkomst_rechtzaak_8_nov_2023.pdf
De opmaat naar een onvermijdelijke afspraak
Het ziet er op papier uit als een keurige overeenkomst tussen twee buren: afspraken over tijdstippen, werkzaamheden en wederzijds respect. Maar wie terugkijkt naar hoe dit document tot stand kwam, ziet vooral een steeds dieper wordende kloof. Niet tussen twee adressen, maar tussen twee manieren van denken.
Aan de ene kant de bewoners van Jamaicastraat 29, die simpelweg wilden dat er normale afspraken werden gemaakt voordat iemand hun tuin in kwam. Aan de andere kant “het stel”, dat er vanaf het eerste moment van overtuigd was dat de tuin van de buren in feite gewoon een doorgang was naar hún schutting, een soort verlengstuk van hun perceel waar ze – al dan niet met een knikje naar boven – recht op zouden hebben.
Die overtuiging werd het hart van het probleem. Vanaf het moment dat de schutting in 2021 omwaaide, was het voor het stel vanzelfsprekend dat zij via de tuin van de buren hun plan mochten uitvoeren. Niet uit overleg, maar uit overtuiging. Niet op basis van afspraken, maar op basis van wat zij dachten dat “normaal” was.
Toen de verhuurder erbij werd gehaald, leek dat in hun ogen een bevestiging. De verhuurder zei dat hij geen bezwaar had tegen herstel van de schutting, maar ook dat het stel dit zelf met de bewoners moest regelen. Voor de meesten zou dat een logische instructie zijn: ga met elkaar in gesprek. Maar het stel begreep het precies andersom. Wat bedoeld was als “overleg met de buren” werd door hen gelezen als “u heeft toestemming, ga uw gang”.
Dat soort misinterpretaties werden een patroon. In plaats van afspraken te maken, stonden ze ineens in de tuin. Niet één keer, maar als vanzelfsprekend. En wie daar iets van zei – wat de bewoners van nr. 29 uiteindelijk hebben gedaan, inclusief een melding bij de politie – werd niet gezien als iemand die zijn erf wil beschermen, maar als iemand die “tegenwerkt”. Het stel gedroeg zich niet als buren, maar als mensen die het idee hadden dat hun status zwaarder woog dan de privacy van de mensen naast hen. Huurders, zo leek het in hun ogen, hadden maar te accepteren wat zij wensten.
De rechtszaal: het eerste misverstand ontploft
Toen het stel uiteindelijk de stap naar de rechter zette, blijkt hoe diep de kloof inmiddels was geworden. In de dagvaarding vroegen ze om “onvoorwaardelijke toegang” tot de tuin. Geen afspraken, geen grenzen, geen overleg. Gewoon toegang, punt.
Maar in de rechtszaal was dat binnen enkele minuten klaar. De rechter hoefde niet eens te discussiëren over eigendom of huurrecht. Hij ging er simpelweg niet in mee. Of iemand huurt of bezit maakt in deze context namelijk niets uit: een erf is een erf, privacy is privacy en niemand mag zomaar andermans tuin inlopen. Het was alsof de rechter het stel voor het eerst confronteerde met een waarheid die voor iedereen verder vanzelfsprekend is: de buren bepalen zelf wie hun tuin betreedt.
Op dat moment was duidelijk dat een vrijwillige regeling er nooit zou komen. Niet omdat de bewoners van nr. 29 niet wílden, maar omdat het stel niet kón accepteren dat de buren zeggenschap hadden over hun eigen grond. Met onvoorwaardelijke toegang van tafel bleef er maar één mogelijkheid over: een strak geformuleerde overeenkomst waarin elk detail wordt vastgelegd, zodat er geen ruimte meer zou zijn voor interpretatie, wensdenken of koninklijke aanspraken.
De overeenkomst die vrede moest brengen
Zo ontstond op 8 november 2023 de vaststellingsovereenkomst. Een document dat er uitziet als een gewone regeling, maar in werkelijkheid diende als noodzakelijke bescherming tegen verder grensoverschrijdend gedrag. Het moest ervoor zorgen dat werkzaamheden alleen konden plaatsvinden op afgesproken momenten, onder afgesproken voorwaarden en uitsluitend binnen de grenzen van wat realistisch en redelijk was.
Maar wie de geschiedenis kent, weet dat deze overeenkomst geen vredesakkoord was. Het was een noodrem. Een juridisch hekwerk, geplaatst op de plek waar overleg onmogelijk bleek. Hoewel de rechter nog hoopte dat beide partijen hiermee rust zouden vinden, weten we inmiddels dat het stel het document anders ging lezen dan bedoeld en dat de interpretaties opnieuw uit elkaar liepen.
Slot: een akkoord dat het begin werd
De vaststellingsovereenkomst moest het conflict beëindigen. De afspraak was helder, de bedoeling eenvoudig: zorg dat werkzaamheden netjes verlopen en respecteer elkaars grenzen. Maar omdat het stel nooit heeft aanvaard dat die grenzen bestonden, werd het document juist het begin van een lange reeks nieuwe geschillen.
Wie terugkijkt, ziet dat alles al besloten lag in de periode vóór de overeenkomst: het gedrag, de houding, de overtuiging dat zij het voor het zeggen hadden. De overeenkomst is daarom niet zozeer het begin van de ellende, maar de eerste keer dat die ellende zwart op wit werd vastgelegd.
Het was geen einde, maar een startschot. En alles wat daarna gebeurde, echoot nog altijd die ene kern: zonder respect voor andermans erf en gelijkwaardigheid bestaat er geen burenrust — alleen papierwerk.