Jamiacastraat 29 heeft weer gewonnen.
Voor wie wil zien hoe dit dossier zich al zag aankomen, is het oorspronkelijke artikel hier nog eens terug te lezen:
https://jamaicastraat.nl/2025/12/01/beroepszaak-over-handhavingsverzoek-nadert-uitspraak-een-straat-kijkt-mee/
Sommige dingen veranderen nooit. Zoals de seizoenen. Of – dichter bij huis – procedures die door “het stel” worden gestart, en vervolgens eindigen zoals ze al zo vaak zijn geëindigd: zonder resultaat.
Op 25 maart 2026 heeft de rechtbank Midden-Nederland opnieuw uitspraak gedaan in de inmiddels bekende kwestie rondom Jamaicastraat 29. En opnieuw is de conclusie helder: het beroep is ongegrond. Of, in begrijpelijk Nederlands: het stel heeft wederom verloren, en Bart en Ella van Jamaicastraat 29 wederom gewonnen, althans, in het voordeel van.
Waar ging het ook alweer over?
De inzet van deze procedure? Een verzoek aan de gemeente om handhavend op te treden tegen van alles en nog wat. Denk aan vermeende privacy-schendingen, parkeren, een conifeer die blijkbaar een juridisch dossier waard is, en zelfs verhuurkwesties. Een breed front, zou je kunnen zeggen. Of: alles tegelijk, in de hoop dat er ergens iets blijft hangen.
De gemeente zag dat anders en wees het verzoek al eerder af. Volgens het college ging het hier simpelweg niet om bestuursrechtelijke overtredingen, maar om zaken die – hoe vervelend misschien ook ervaren – in de privésfeer thuishoren. De rechtbank heeft dat oordeel nu bevestigd. Vrijwel alle aangevoerde punten vallen buiten het bereik van bestuursrechtelijke handhaving.
De kern van het verhaal
Wat opvalt, is dat de rechtbank het zelfs nog expliciet maakt: ook als iets als hinderlijk of onwenselijk wordt ervaren, betekent dat niet automatisch dat de overheid moet of kan ingrijpen. Dat is een nuance die in deze hele geschiedenis vaker lijkt te ontbreken.
Er was nog een klein detail: de gemeente had in de bezwaarprocedure een formele stap niet helemaal netjes gezet (de hoorplicht). Maar ook daar was de rechtbank duidelijk over: dat verandert niets aan de uitkomst. Geen inhoudelijk nadeel, geen andere beslissing. Hooguit een vergoeding van het griffierecht. Een procedureel tikje op de vingers, maar verder niets dat de kern raakt.
En die kern is inmiddels wel duidelijk.
Een patroon dat zich herhaalt
Wat hier steeds opnieuw gebeurt, is dat een juridisch pad wordt bewandeld in de verwachting dat het tot een andere uitkomst leidt – terwijl de basis daarvoor simpelweg ontbreekt. De rechtbank zegt het deze keer misschien iets formeler, maar de boodschap is dezelfde als voorheen: dit is geen zaak voor bestuursrechtelijke handhaving.
Voor wie het dossier een beetje volgt, voelt deze uitspraak dan ook niet als een verrassing. Eerder als een bevestiging van wat al lang zichtbaar was.
De vraag is inmiddels niet zozeer wat de uitkomst is – die lijkt voorspelbaar – maar hoe vaak dezelfde route nog wordt genomen. Want ook dat patroon begint inmiddels vaste vormen aan te nemen.
Tot die tijd blijft het beeld onveranderd:
een straat die meekijkt, een dossier dat zich blijft herhalen, en een uitkomst die – opnieuw – geen andere is dan de vorige keer.
Wordt ongetwijfeld vervolgd. Misschien zelfs in hoger beroep. Omdat het kan.